Tag: museumkwartier

Oranjesociëteit

18-sic-semper

Liefhebbers van de verhalen van Olivier B. Bommel kennen de Kleine Club, een Sociëteit in Rommeldam, waar de notabelen elkander in een ontspannen sfeer treffen. Heer Ollie komt daar graag, evenals Burgemeester Dickerdack, Markies de Canteclaer, Commissaris Bulle Bas en anderen

Ook in Utrecht was sinds 1775 zo’n aristocratische sociëteit. De Oranjesociëteit op de hoek van de Nieuwegracht met de Trans. De koningsgezinde leden waren heren van aanzien; zoals professoren en artsen. Vrouwen waren niet welkom (..) Tijdens de Franse bezetting werd de naam gewijzigd in ‘Sic Semper’ (Zo is het en zo zal het altijd zijn)

In 1890 werd het oude gebouw vervangen door het o.a. rijk met tegeltableaus gedecoreerde gebouw wat wij nu kennen, met op de hoek een robuuste toren, ontworpen door architect P.J. Houtzagers. Hij volgde hiermee de middeleeuwse bouwkunst

Dit nieuwe gebouw heeft echter maar kort als sociëteit bestaan. Sic Semper werd in 1913 opgeheven omdat de belangstelling voor het sociëteitsleven afnam. De notabelen trokken weg uit de stad en vestigden zich in grote huizen langs de Vecht of in villa’s op de Utrechtse Heuvelrug

Lange tijd zat hier de Centrale Raad van Beroep (het Ambtenarengerecht), maar het gebouw is nadien verbouwd tot appartementen

Haan van de Nicolaïtoren

klaasje (1)

In 1787 toen de stad zich opmaakte om de Pruisen weerstand te bieden, stond er nabij de Nicolaïkerk, herberg ‘de Doelen’, waar veel schutters kwamen. Naast Utrechters kwamen er ook jagers uit het Duitse Salm.

De jagers uit Salm hadden het hoogste woord. Zij pochten de beste schutters te zijn. Op een dag beweerden zij dat geen Utrechter de haan op de Nicolaïtoren met een geweer kon raken.

Kastelein Ten Hagen van ‘de Doelen’, sergeant bij het korps Utrechtse jagers, sloot een weddenschap af, dat hij de haan beter zou raken dan de Salmse jagers. Een Salmse scherpschutter schoot eerst en trof, onder gejuich van zijn mede-jagers, de haan in de staart.

Maar de kastelein zei: “Door een schot in de staart is de haan nog niet dood”. Ten Hagen schoot: en met een welgemikt schot trof de kogel de haan in de hals. Waarmee hij bewees dat ook Utrechters wel mans waren. De Salmse jagers dropen af.

Omstreeks 1840 waren de uitgeroeste gaten in de torenhaan nog zichtbaar…

De Kolfbaan

04-leeuwekop

In een vervlogen tijd, dat je nog overal kleine aardige winkeltjes had, was in de Lange Nieuwstraat 43 de vloerbedekkingszaak van W.A. Muijsert gevestigd, met direct ernaast een drogisterij. Aan de andere kant een huis verder, op de hoek van de Dorstige Hartsteeg, zit nog de herberg ‘De Drie Dorstige Herten’.

De zaken gingen goed, want in 1867 kreeg dit huis een fraaie winkelpui met leeuwenkop. Waarom een leeuwenkop heb ik niet kunnen achterhalen…

Achter dit pand tot en met de herberg lag vroeger een Kolfbaan, met de ingang aan de Dorstige Hartsteeg. Het Kolfspel was in de 18e en het begin van de 19e eeuw zeer populair. Alleen al in deze stad bestonden in 1792 meer dan 20 banen.

Deze vervallen Kolfbaan uit de 17e eeuw, 21 m lang en bijna 6 m breed, was als bergruimte in gebruik. In 1989 is de baan steen voor steen en balk voor balk gedemonteerd en naar ‘Het Vechthuis’ aan de Jagerskade overgebracht, gerestaureerd en weer als Kolfbaan in gebruik genomen.

Door het verplaatsen van de voormalige Kolfbaan achter het pand Lange Nieuwstraat 43, kwam ruimte vrij voor de nieuwbouw van woningen in de Dorstige Hartsteeg.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén