De Kolfbaan

04-leeuwekop

In een vervlogen tijd, dat je nog overal kleine aardige winkeltjes had, was in de Lange Nieuwstraat 43 de vloerbedekkingszaak van W.A. Muijsert gevestigd, met direct ernaast een drogisterij. Aan de andere kant een huis verder, op de hoek van de Dorstige Hartsteeg, zit nog de herberg ‘De Drie Dorstige Herten’.

De zaken gingen goed, want in 1867 kreeg dit huis een fraaie winkelpui met leeuwenkop. Waarom een leeuwenkop heb ik niet kunnen achterhalen…

Achter dit pand tot en met de herberg lag vroeger een Kolfbaan, met de ingang aan de Dorstige Hartsteeg. Het Kolfspel was in de 18e en het begin van de 19e eeuw zeer populair. Alleen al in deze stad bestonden in 1792 meer dan 20 banen.

Deze vervallen Kolfbaan uit de 17e eeuw, 21 m lang en bijna 6 m breed, was als bergruimte in gebruik. In 1989 is de baan steen voor steen en balk voor balk gedemonteerd en naar ‘Het Vechthuis’ aan de Jagerskade overgebracht, gerestaureerd en weer als Kolfbaan in gebruik genomen.

Door het verplaatsen van de voormalige Kolfbaan achter het pand Lange Nieuwstraat 43, kwam ruimte vrij voor de nieuwbouw van woningen in de Dorstige Hartsteeg.

3e Buurkerksteeg

03-buurkerk steeg

Een doorkijkje vanaf het Buurkerkhof naar de Donkerstraat met zicht op het Huis Zoudenbalch met zijn rode luiken.

Evert Zoudenbalch was een invloedrijk man. Hij liet vanaf 1467 een vorstelijke woning bouwen, een stadskasteel in de Donkerstraat; het Zoudenbalchhuis.

Om in de smalle en sombere Donkerstraat meer licht te brengen, kocht en sloopte hij huizen aan de overkant en liet er de Zoudenbalchstraat aanleggen. Nu de 3e Buurkerksteeg. Maar ook breidde hij zo de toegang tot zijn Huis uit.

Achter het Huis was een grote hof. Via een ruime achterpoort in de Mariastraat was deze hof te bereiken.

Het Huis had verschillende bestemmingen. Zo was het een weeshuis, ambachtsschool en zelfs als pakhuis in gebruik. Het is in 2011 van binnen omgebouwd tot stadsappartementen.

Jacobikerkhof

01-jacobikerk 960

 

De Jacobikerk stamt uit de 13e eeuw. Gek idee eigenlijk dat het vroeger een katholieke kerk was, maar vanaf 1586 is zij protestants.

De patroonheilige was de apostel Jacobus, en de kerk werd dan ook bezocht door pelgrims op weg naar Santiago de Compostella. De Jacobsschelp was het belangrijkste symbool van deze pelgrimage.

De orkaan in 1674, die ook het schip van de Domkerk deed instorten, trof ook deze kerk. De spits waaide eraf. Het duurde bijna 280 jaar (!) voordat er een nieuwe spits op kwam.

Op de torenspits kwam een windvaan in de vorm van een Jacobsschelp. Tevens werd de toren opnieuw bekleed met tufsteen (de nieuwe mantel uit onderstaand gedicht).

Aan de zijde van het Jacobikerkhof werd na de restauratie de gevelsteen ‘1674-1953’ aangebracht met dichtregels van de in Utrecht geboren Jan Engelman (1900-1972):

Een nieuwe mantel schonken mij
Bestuurderen en Burgerij
Wat de orkaan mij heeft ontnomen
is door hun gunst weerom gekomen
Prijs God, O welgemaakte steen
Gij spits, wijs naar de hemel heen
Jacobus wil aan Utrecht leeren

door stormen veilig Pelgrimeren