Muntbrug

22-muntbrug

Het Merwedekanaal werd tussen 1880 en 1892 gegraven. De Leidsche Rijn en de Leidseweg werden door het kanaal doorsneden.

Een deel van de Leidseweg werd verlegd en er werd in 1887 een 37 meter lange en brede draaibrug aangelegd, die de nieuwe overgang vormde. Op de brug stonden 6 lantaarns, die werkten op petroleum. Na de bouw van de Rijksmunt in 1912 kreeg de Muntbrug zijn naam.

De brug werd met handkracht gedraaid. De brug- en sluiswachter kreeg aan de Kanaalweg, bij de ophaalbrug boven de Leidsche Rijn, een dienstwoning. Met twee knechten was hij dag en nacht paraat om de schepen door te laten. Later werd de bediening elektrisch.

Het scheepvaartverkeer nam toe en de schepen werden groter en sneller. Het kanaal werd nog verbreed in 1904, maar de vele sluizen en bruggen waren bottlenecks voor een snelle doorvaart.

Na de opening van het Amsterdam Rijnkanaal in 1952, welke zonder sluizen werd aangelegd, was het gedaan met de scheepvaart door het Merwedekanaal. Het bruggen- en sluizencomplex en de voormalige dienstwoningen staan nu op de rijksmonumentenlijst.

Een reactie plaatsen