Categorie: Verkeer en vervoer

De stad in 1823

In de zomer van 1823 wandelen de Leidse studenten, Dirk van Hogendorp en Jacop van Lennep, door Nederland. Ze lopen ook door de stad Utrecht en verblijven daar in een herberg

Zondag, 17 augustus 1823
We stonden al vroeg op en besteedden enige uren aan het schrijven van brieven. Na het eten vermaakten wij ons met wat rond te lopen

Toen ik om zes uur voor de deur stond zag ik de freule Henriette van Zuylen voorbijlopen met haar zus. Ik voegde mij bij hen en wandelde met beiden de Maliebaan op

Terug in de herberg trof ik mijn oom Ram, die beloofd had om zes uur bij ons te komen theedrinken, al druk in gesprek met Van Hogendorp. Om half acht stonden wij op en hij leidde ons de hele stad rond

Ziet de hele stad er al binnen de wallen somber en melancholiek uit, de ernstig vervallen buitenwallen leveren een nog droeviger gezicht op. Alleen aan de kant van de Wittevrouwenpoort zijn vier bastions aardig omgezet in tuinen en er zijn daar zelfs een lakmoesfabriek en een suikerraffinaderij

Ook is de enkele ophaalbrug die wat verder over de vaart ligt, omgebouwd tot een dubbele om de doorvaart van brede schuiten makkelijker te maken

Wat verderop zagen wij het exercitieveld en de grote en mooie Leidsevaart. Ook bekeken we nog het flinke stuk grond dat men eens bij de stad wilde trekken omdat daar een gracht omheen loopt. Dan ook nog het observatorium

Utrecht bloeit nu meer dan enige andere stad in ons vaderland. De bevolking wordt geschat op 35.000 zielen. Als voornaamste oorzaken van die welvaart beschouwt men de bloeiende academie, het grote garnizoen, het militair gerechtshof en de veeartsenijschool

We keerden terug naar huis toen het donker was, pakten onze spullen en gingen met een halve fles wijn naar onze bedsteden. Nadat wij de volgende dag een schandelijk dure rekening betaald hadden en nadat onze spullen bij de diligence bezorgd waren, voeren wij om zes uur in de schuit naar Vianen

Uit: De zomer van 1823
Lopen met van Lennep | Dagboek van zijn voetreis door Nederland. Bezorgd door Geert Mak en Marita Mathijsen | Uitgave 2000

Prent (HUA): Zicht op Oudegracht met Zandbrug en Weerdpoort in 1828 | J. H. Verheijen (1778-1846)

Seinen vanaf de Jacobitoren

In 1798 vordert Napoleon kerktorens om een bijzonder communicatiesysteem uit te rollen waarmee berichten tussen deze torens worden overgebracht

De Fransman Claude Chappe was de uitvinder van de semafoor, ook wel telegraaf genoemd. Grote houten seinen bovenop kerktorens, die berichten van Parijs naar Lille overbrachten binnen twee uur in plaats van twee dagen. Tot dan toe kon informatie niet sneller worden verstuurd dan met een paard

In 1810 werd ons land een deel van het Franse keizerrijk. Dan wordt Parijs met Amsterdam verbonden, de residentie van Lodewijk Napoleon, dan koning van Nederland. Zo kon hij communiceren met zijn broer keizer Napoleon Bonaparte in Parijs

Deze telegraafroute liep via o.m. de kerktorens van Antwerpen, Breda, Leerdam, Houten, Utrecht en Vreeland, met een onderlinge afstand van ongeveer tien tot vijftien kilometer

Van de kerktorens werd de spits verwijderd om op een plat dak de seinpost te installeren

Voor de Jacobitoren was geen ingrijpende verbouwing nodig, want die miste sinds de storm van 1674 al de spits

Op de Jacobitoren stond een man met een verrekijker te turen naar de toren in Houten en naar de toren in Vreeland om seinen op te vangen en door te sturen. Deze telegrafisten wisten meestal niet wat de codes betekenden. Veelal berichten over de oorlog

De seinenbouwsels veroorzaakten veel ergernis bij de bevolking, vanwege de schade aan de kerkgebouwen

Als Napoleon uit ons land wordt verdreven, verdwijnen ook de seintoestellen van Chappe. Het systeem was ook niet volmaakt, want bij mist en duisternis was seinen niet mogelijk en vergde ook veel mankracht. Het systeem heeft dan ook maar twee jaar gefunctioneerd

Foto HUA | Prent Wikipedia

#utrechtcentrum #domstad #jacobikerk

 

Leidsche Rijn

05-leidsche rijn

Vanaf de Abel Tasmanbrug. Gegraven in 1664, gedeeltelijk als vervanging van de Oude Rijn, tussen Utrecht en Leiden. Het water kwam uit in de Stadsbuitengracht, naast de Catharijnebrug. Door bereikbaarheid met schepen waren er veel bedrijven langs het water gevestigd.

In de 18e eeuw vestigden de houtzaagmolens De Ster (1721) en de De Bijgeval (1739) zich aan de linkeroever van het water, in 1872 kwam verderop de Lood – en Zink pletterij Hamburger. De Ster werd in 1911 onttakeld, maar in 1999 weer hersteld. De Bijgeval is geheel afgebroken. In 1975 sloot de Hamburgerfabriek; er staan nu huizen.

De Leidsche Rijn werd in 1892 doorsneden door het Merwedekanaal en vanaf 1950 door het Amsterdam Rijnkanaal. Door aanleg van spoorwegen; Westplein en komst van Hoog Catharijne is de verbinding met de oude stad verloren. Vroeger kon je vanaf het Leidseveer met een schuit richting Bodegraven varen.

Abel Tasmanbrug

111-abel tasmanbrug

Bijna geheel Lombok werd in de late 19e eeuw gebouwd. De aanleg van straten en woningen van de wijk Lombok kwam rond 1900 gereed.

Het middelste gedeelte van de wijk dateert echter, evenals de wijk Jaffa, uit de jaren twintig van de vorige eeuw.

Lange tijd waren de inwoners geheel door water omsloten. Door de Leidsche Rijn, maar ook langs de Billitonkade door de Oude Rijn tussen Lombok en de wijk Jaffa; en de Vleutense Wetering, die pas in de jaren twintig werd gedempt (nu Vleutenseweg).

Pas na de aanleg van de J.P. Coenbrug en daarna de Abel Tasmanbrug in 1906 werd de wijk richting de Leidseweg e.o. ontsloten.

Eindelijk konden de inwoners van Lombok, via deze dubbele ophaalbruggen en de Muntbrug over het Merwedekanaal, op zondagmiddagen wandelen naar Oog in Al.

Vanaf 1920 werd hier het park Oog in Al aangelegd. Wel was het soms lang wachten bij de openstaande bruggen, vanwege het drukke scheepvaartverkeer.

Muntbrug

22-muntbrug

Het Merwedekanaal werd tussen 1880 en 1892 gegraven. De Leidsche Rijn en de Leidseweg werden door het kanaal doorsneden.

Een deel van de Leidseweg werd verlegd en er werd in 1887 een 37 meter lange en brede draaibrug aangelegd, die de nieuwe overgang vormde. Op de brug stonden 6 lantaarns, die werkten op petroleum. Na de bouw van de Rijksmunt in 1912 kreeg de Muntbrug zijn naam.

De brug werd met handkracht gedraaid. De brug- en sluiswachter kreeg aan de Kanaalweg, bij de ophaalbrug boven de Leidsche Rijn, een dienstwoning. Met twee knechten was hij dag en nacht paraat om de schepen door te laten. Later werd de bediening elektrisch.

Het scheepvaartverkeer nam toe en de schepen werden groter en sneller. Het kanaal werd nog verbreed in 1904, maar de vele sluizen en bruggen waren bottlenecks voor een snelle doorvaart.

Na de opening van het Amsterdam Rijnkanaal in 1952, welke zonder sluizen werd aangelegd, was het gedaan met de scheepvaart door het Merwedekanaal. Het bruggen- en sluizencomplex en de voormalige dienstwoningen staan nu op de rijksmonumentenlijst.

Weerdsluis

bemuurde weerd

De Weerdsluis tussen de Vecht en de Stadsbuitengracht, waarover J.C. Bloem al dichtte (twee keer zelfs in 1931 en 1957), zijn nog steeds volop in gebruik, nu voornamelijk om pleziervaartuigen de stad in en uit te laten.

Ingmar Heytze kijkt in zijn ‘Tweeluik sluis Bemuurde Weerd’ uit zijn bundel ‘Utrecht voor beginners 1999 – 2009’ op een andere manier naar de sluizen dan de dichter J. C. Bloem indertijd:

dag
De zomer gooit het Utrechts licht
in scherven door het stalen wiel.

Een blauwe wachter
zet het zware uurwerk
van de stad gelijk.

Kunststof jachten drijven langs
zeewaardig als een stromatras.

Aan boord ligt glimmend vlees te kijk.
te zonnen buiten handbereik.

nacht
De wachter is naar huis gegaan.
Het zwarte water fluistert
om een sprong die geest en lichaam scheidt.

Wie zwicht wordt morgen opgedregd,
grijsblauw, in de provinciekrant.
Huizen staren wit als krijt.

Het wiel draait films van water door:
de sluis maakt kiekjes van de kosmos
met de nacht als sluitertijd.

bemuurde weerd2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén