24-singel

Begin jaren zestig werden de door Zocher aangelegde plantsoenen bedreigd, door een plan om de singels te dempen voor het toenemende autoverkeer. Onder de bevolking groeide weerstand. De Utrechtse schrijfster Clare Lennart (1899-1972) schreef in 1962 in het Utrechtsch Nieuwsblad:

“Het is niet waarschijnlijk dat de architect Zocher het plan voor deze plantsoenaanleg op de vroegere bolwerken met een stok in het zand heeft getekend. Hij was één der bekendste architecten uit die tijd en zal zijn plannen wel op papier hebben gezet.

Maar dat neemt niet weg dat deze singels en plantsoenen met zo losse hand ontworpen lijken, terwijl het hele plan tegelijk een zo grote zelfzekerheid bezit, dat het de indruk maakt van een geniale improvisatie. Zo en niet anders moest het worden, hier de bruine beuken, daar de treurwilgen, precies zo het verloop van de oever.

Het menselijk brein schept maar bij uitzondering iets volmaaktst, maar zo nu en dan komt het voor. Het kan een schilderij zijn, een muziekstuk, een gedicht, een verhaal, een gebouw, maar ook een tuin of plantsoen, waarin dan het aandeel van de natuur en van de mens volkomen in harmonie zijn”.

Clare Lennart kon het niet treffender zeggen. De singels in combinatie met de plantsoenen zijn van een onvervangbare schoonheid en een uniek bezit van Utrecht. Op deze 19e eeuwse schepping van Zocher rond de oude stad moeten wij heel zuinig zijn en heeft krachtens haar onvervangbaarheid het recht te blijven voortbestaan.