Socrates in Utrecht

06-socrates

Mijmerend door Utrecht wandelend lees ik op een raam in de Lange Nieuwstraat de volgende filosofische tekst:

“De mensen die mijn gezelschap opzoeken, winnen daar verbluffend veel bij,
zowel in hun eigen ogen als in die van anderen.

Toch hebben ze van mij nooit iets geleerd, laat dat duidelijk zijn.
Aan de kostbare inzichten waarmee ze hun voordeel doen,
hebben zij zelf geboorte gegeven.

Maar het verloskundige werk neem ik voor mijn rekening.”

(Socrates)

Klein Geertekerkhof

44-geerte kerkhof

Verscholen in een hoek van het Klein Geertekerkhof lees ik op de gevel: ‘School No.1 Der Nederlandse Hervormde Gemeente’.

Dit was eens een Bewaar- en Lagere school, ook bekend als ‘Nederlands Hervormde Diaconieschool. In 1895 wordt deze school al genoemd.

De stad kende zes Hervormde Diaconiescholen waarvan de eerste al in 1748 gesticht was om kinderen van arme bedeelde lidmaten ‘die leefden als het woeste heydendom zonder kennis van god en godsdienst buyten alle burgerlijke bekwaamheden ruw en losbandig’ weer op het juiste pad te krijgen. De school is eind jaren dertig opgeheven.

Vanaf begin jaren vijftig was dit pand als atelier in gebruik door Alain Teister (1932-1979), pseudoniem van Jacques Boersma. Hij was dichter, schrijver en kunstschilder. En lid van de Utrechtse kunstenaarsgroep ‘De Luis’, waartoe ook o.m. William (Dirkje) Kuik en Peter Vos behoorden.

J.C.Bloem: De Sluis

43-weerdsluis0 (1)

Het is vijftig jaar geleden dat de dichter Jacques Bloem (1887 – 1966) overleed. Hij studeerde rechten in Utrecht en woonde in 1931 ook kort in Breukelen. In die tijd schreef hij het gedicht ‘De sluis’.

De stilte en koelte waren weergekeerd,
Het nachtlijk feest lag als een glas versmeten.
Ik heb dit late donker nooit vergeten,
Want deze dingen blijven ongedeerd.

Een ongeweten, innerlijk geweld
Had naar een zwart kanaal mij heengedreven.
Het was het uur, dat de wiekslag van ’t leven
Weer trilt in die de slaap heeft neergeveld.

Daar hoorde ik het vervoerende geruis:
Wateren, die van vóór de tijden bronden,
Bezweringen van lang-gestorven monden:
Het zachte stromen door de nauwe sluis.

Ik stond, alleen gebleven, ongekend,
In doodlijke verrukking opgetogen,
Naar onweerstaanbare diepten neergezogen,
Gebannen in het ademloos moment.

Toen werden ’t water grijzer en de straat,
En ging hun nachtelijk geheim verloren,
En boven donkere huizen werd geboren
Een kille en groezelige dageraad.

Op zijn zeventigste keert Bloem terug naar Utrecht en mijmert opnieuw bij de sluis in het schitterende gedicht ‘Utrecht: Bemuurde Weerd’. Hij stelt vast dat het water, de sluis en de huizen hetzelfde zijn gebleven, maar het besef van zijn sterfelijkheid levend is geworden:

Het water stroomt nog door dezelfde sluis
Als toen, en maakt het eendere geruis.

De huizen, aan de waterkant daarneven,
Zijn feitelijk ook onaangerand gebleven.

Alleen nabijer is, voor wie ze ontvlood,
De zekerheid van de imminente dood.

K & W

17-mariaplaats

Dat was schrikken, toen in maart 1989 het 150 jaar oude gebouw van Kunsten en Wetenschappen op de Mariaplaats geheel uitbrandde. Sinds 1974 in gebruik door het Utrechts Conservatorium.

Het was in 1847 de eerste concertzaal in Nederland, maar had vanaf het begin een multiculturele functie. Er waren o.m. ook exposities te zien.

Het muziekaanbod in het Utrechtse was van grote kwaliteit. Grote namen traden hier op. De componist Johannes Brahms stond drie maal als dirigent in K & W en had het hier goed naar zijn zin.

Na een concert in Amsterdam had Brahms gezegd: ‘Jullie zijn beste mensen, maar slechte musici. Musiceren doe ik verder alleen nog in Utrecht. Naar Amsterdam kom ik alleen nog om goed te eten’…

#utrechtcentum #domstad #cultuur #utrechthistorie #oudutrecht

Groenteman

16-fruit-01

Om deze blikvanger kun je niet heen! De kleine middenstander met zijn buurtwinkel op de hoek van de Catharijnesingel en de Schroeder van der Kolkstraat heeft indertijd groot uitgepakt met deze muurreclame. Hier zat dus duidelijk een groente- en fruitwinkel op de hoek!

De zaak zat er vanaf 1925 en zal over klandizie niet te klagen hebben gehad. Het Stads en Academisch Ziekenhuis zat vlakbij. De fruitmanden uit deze winkel waren vermoedelijk niet aan te slepen. Boven de winkel zelf lezen we nog de opschriften ‘delicatessen’ en comestibles’.

In 1989 verhuisde het AZU ziekenhuis naar De Uithof en was het gedaan met de nering van de groente- en fruitwinkel. Nu zit restaurant Amerikana er.

#utrecht #domstad #muurreclame

Vriesche Botervat

botervat-02

Dit gevelteken prijkt op het pand ‘Het Vriesche Botervat’ aan de Oudegracht 361, vlakbij de hoek met het Lange Rozendaal. De naam van dit huis stamt uit 1810. Vermoedelijk werd hier boter gemaakt of opgeslagen in de werfkelder.

De gevelsteen zit er pas sinds 1991 en is gemaakt door de beeldhouwer Koos Boomstra en schilder/keramist Tsjerk Holtrop. Als je goed kijkt zit er een verwijzing naar onze tijd in, met links de fietsband aan het grachtenhek.

Er zijn steeds meer hedendaagse gevelstenen te zien in het stadshart. Zo signaleerde ik al eens een stofzuiger in de gevel op de hoek van de Springweg en de Haverstraat.

De gemeente heeft een ‘Herstelplan geveltekens historische binnenstad’, om oude huisnamen weer in het straatbeeld terug te brengen. Met subsidie zijn sinds eind jaren tachtig replica’s van ooit verwijderde historische stenen of nieuwe geveltekens geplaatst.

Zo zijn er ± 40 geveltekens tot stand gekomen, waarvan ongeveer de helft nieuw.

Verdwenen standbeeld

12-man met paard

Laatst dwaalde ik door Nieuw Engeland, de buurt van mijn jeugd. Op het Cremerplein zag ik dit standbeeld staan. Het kwam mij vagelijk bekend voor. Ik zocht het op en toen wist ik het weer.

‘Man met paard en veulen’ stond vroeger bij de Dambrug over de Leidsche Rijn in de wijk Lombok. Als we in de Damstraat uit de Breukelaarschool kwamen, klauterden we er wel eens op uit baldadigheid.

Het beeld is gemaakt door de Utrechtse beeldhouwer Willem van Kuilenburg (1889-1955). Hij was betrokken bij de restauratie van de Domtoren en maakte het oorlogsmonument in de Ingen Houszstraat. Pieter d’Hont heeft nog het vak bij hem geleerd.

In 1939 bij de opening van de nieuwe Dambrug werd het beeld geplaatst. In 1970 werd het bij de aanleg van het Westplein verplaatst naar het Cremerplein.

Het beeld "Man met paard en veulen" van Willem Kuilenburg in 1939 bij de nieuwe Dambrug over de Leidsche Rijn
Het beeld “Man met paard en veulen” van Willem Kuilenburg in 1939 bij de nieuwe Dambrug over de Leidsche Rijn

Muurreclame Leidsekade

leidsekade-01

In de wijk Lombok, in het pand Leidsekade 81 op de hoek met de J.P. Coenstraat was tot eind jaren dertig een manufacturenwinkel gevestigd, waar deze muurreclame nog aan herinnert.

Een grotere winkel van Modezaak Snijders bevond zich tot in de jaren zestig in de Kanaalstraat 91 op de hoek met de Balistraat.

In deze winkelruimte zat daarna een melkwinkel en recent was het nog als culturele ruimte in gebruik. Er zitten nu appartementen in.

Het pand heeft ook een torentje met een bijzondere windvanger in de vorm van een zeemeermin.

leidsekade-02

leidsekade-03

Het Hanengeschrei

hanen geschrei 800

Vanaf de Choorstraat kijken we door de 10 m lange steeg het Hanengeschrei in naar de Kalisbrug op de Vismarkt. In de 16e eeuw bestond deze steeg reeds. De oorsprong van de naam is niet helder. Er zijn twee verklaringen:

De naam zou een verbastering zijn van ‘Hanentret’, de naam van een huis in een steeg nabij de Buurkerk en die naam zou weer afgeleid zijn van een pluimveemarkt, op of nabij de Steenweg.

Hanengeschrei is latijn voor galli cantus en komt uit het verhaal van de verloochening van Petrus. Petrus huilde tranen van berouw, toen hij bij het kraaien (cantus) van de haan (galli) besefte dat hij Christus had verloochend.

Hoe het ook zij, de steeg heeft anderen tot inspiratie gediend. Zo dichtte Kees Stip op jolige wijze in 1935 ‘Ik heb haar gezoend in Het Hanengeschrei…’ Als je weer eens in de buurt bent, dan kan je het volledige gedicht ter plekke lezen.

Voormalig stadsdichter Ingmar Heytze bezong in 2001 ook het Hanengeschrei, maar deed het bedachtzamer en melancholieker:

Je kunt hier door je neus gaan zingen,
hard en dun, over de zoektocht
naar een hart van zuiver goud.
Zo word je vanzelf wel oud.

Intussen raakt je stem gehavend,
ijl en vals. Op warme dagen
kiert het zonlicht door je ribben
en je rauwgeschreeuwde longen.

Inmiddels ligt je pad bezaaid
met harten van gebroken glas
en smeltend ijs, van steen en lood,
oud ijzer, schroot en stro en hout;

je hebt je hond al doodgezongen
en je vingers worden koud.