Maand: december 2016

De stad in 1823

In de zomer van 1823 wandelen de Leidse studenten, Dirk van Hogendorp en Jacop van Lennep, door Nederland. Ze lopen ook door de stad Utrecht en verblijven daar in een herberg

Zondag, 17 augustus 1823
We stonden al vroeg op en besteedden enige uren aan het schrijven van brieven. Na het eten vermaakten wij ons met wat rond te lopen

Toen ik om zes uur voor de deur stond zag ik de freule Henriette van Zuylen voorbijlopen met haar zus. Ik voegde mij bij hen en wandelde met beiden de Maliebaan op

Terug in de herberg trof ik mijn oom Ram, die beloofd had om zes uur bij ons te komen theedrinken, al druk in gesprek met Van Hogendorp. Om half acht stonden wij op en hij leidde ons de hele stad rond

Ziet de hele stad er al binnen de wallen somber en melancholiek uit, de ernstig vervallen buitenwallen leveren een nog droeviger gezicht op. Alleen aan de kant van de Wittevrouwenpoort zijn vier bastions aardig omgezet in tuinen en er zijn daar zelfs een lakmoesfabriek en een suikerraffinaderij

Ook is de enkele ophaalbrug die wat verder over de vaart ligt, omgebouwd tot een dubbele om de doorvaart van brede schuiten makkelijker te maken

Wat verderop zagen wij het exercitieveld en de grote en mooie Leidsevaart. Ook bekeken we nog het flinke stuk grond dat men eens bij de stad wilde trekken omdat daar een gracht omheen loopt. Dan ook nog het observatorium

Utrecht bloeit nu meer dan enige andere stad in ons vaderland. De bevolking wordt geschat op 35.000 zielen. Als voornaamste oorzaken van die welvaart beschouwt men de bloeiende academie, het grote garnizoen, het militair gerechtshof en de veeartsenijschool

We keerden terug naar huis toen het donker was, pakten onze spullen en gingen met een halve fles wijn naar onze bedsteden. Nadat wij de volgende dag een schandelijk dure rekening betaald hadden en nadat onze spullen bij de diligence bezorgd waren, voeren wij om zes uur in de schuit naar Vianen

Uit: De zomer van 1823
Lopen met van Lennep | Dagboek van zijn voetreis door Nederland. Bezorgd door Geert Mak en Marita Mathijsen | Uitgave 2000

Prent (HUA): Zicht op Oudegracht met Zandbrug en Weerdpoort in 1828 | J. H. Verheijen (1778-1846)

De Moreelsebrug

Op 16 december werd de Moreelsebrug, voor fietsers en voetgangers, officieel geopend. De nieuwe brug, 295 m lang, verbind de westelijke stad met het centrum

De brug is vernoemd naar burgemeester Moreelse. Hij ontwierp in 1664 een uitbreidingsplan evenwijdig aan de Catharijnesingel om de economie van de stad te stimuleren. Dit plan verdubbelde bijna de toenmalige stad

De vaarroute over de Oudegracht werd steeds moeilijker begaanbaar en krap. Veel schepen voeren over de Catharijnesingel. Met het plan kwam deze handelsroute centraal in de stad te liggen. De Catharijnesingel zou de centrale kade worden voor het laden en lossen

Parallel aan de Catharijnesingel werden alvast grachten gegraven, op initiatief van tuinders om hun waar naar de binnenstad te verschepen. O.m. de Bleekersgracht langs de Croeselaan. Alleen een deel van de Kruisvaart bestaat nog. De Leidse Vaart werd doorgetrokken tot het Leidseveer

Langs deze grachten moesten, naar Amsterdams voorbeeld, klassieke herenhuizen komen voor de stedelijke elite. Er was plek voor o.m. een nieuwe vismarkt, een groentemarkt en een begraafplaats

Het uiteindelijke plan is nooit gerealiseerd. De burgemeester ondervond veel tegenwerking van grondeigenaren, die waardedaling van hun huizen in het centrum vreesden

Moreelse overleed kort daarna en er brak een reeks kostbare oorlogen uit, met Engeland en later Frankrijk. Een pestepidemie en ook het rampjaar 1672 bracht veel schade

Het westen van de Catharijnesingel bleef tot ver in de 19e eeuw nog boerenland. Onder burgemeester Van Asch van Wijck kwam de stedelijke ontwikkeling in dit gebied op gang

De herinnering aan deze innovatieve burgemeester, die toonde een open oog te hebben voor de belangen van de stad, leeft voort in de Moreelselaan, Moreelsepark en nu dan ook de Moreelsebrug

Foto: Plattegrond met het plan van Moreelse uit 1663 (HUA)

Seinen vanaf de Jacobitoren

In 1798 vordert Napoleon kerktorens om een bijzonder communicatiesysteem uit te rollen waarmee berichten tussen deze torens worden overgebracht

De Fransman Claude Chappe was de uitvinder van de semafoor, ook wel telegraaf genoemd. Grote houten seinen bovenop kerktorens, die berichten van Parijs naar Lille overbrachten binnen twee uur in plaats van twee dagen. Tot dan toe kon informatie niet sneller worden verstuurd dan met een paard

In 1810 werd ons land een deel van het Franse keizerrijk. Dan wordt Parijs met Amsterdam verbonden, de residentie van Lodewijk Napoleon, dan koning van Nederland. Zo kon hij communiceren met zijn broer keizer Napoleon Bonaparte in Parijs

Deze telegraafroute liep via o.m. de kerktorens van Antwerpen, Breda, Leerdam, Houten, Utrecht en Vreeland, met een onderlinge afstand van ongeveer tien tot vijftien kilometer

Van de kerktorens werd de spits verwijderd om op een plat dak de seinpost te installeren

Voor de Jacobitoren was geen ingrijpende verbouwing nodig, want die miste sinds de storm van 1674 al de spits

Op de Jacobitoren stond een man met een verrekijker te turen naar de toren in Houten en naar de toren in Vreeland om seinen op te vangen en door te sturen. Deze telegrafisten wisten meestal niet wat de codes betekenden. Veelal berichten over de oorlog

De seinenbouwsels veroorzaakten veel ergernis bij de bevolking, vanwege de schade aan de kerkgebouwen

Als Napoleon uit ons land wordt verdreven, verdwijnen ook de seintoestellen van Chappe. Het systeem was ook niet volmaakt, want bij mist en duisternis was seinen niet mogelijk en vergde ook veel mankracht. Het systeem heeft dan ook maar twee jaar gefunctioneerd

Foto HUA | Prent Wikipedia

#utrechtcentrum #domstad #jacobikerk

 

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén