Molenbrug

Weerdsingel – 1912 |

De Molenbrug met op de achtergrond de prachtige stadswal met molen
‘De Meiboom’. Het is jammer dat dit brok groen uit de stad verdween.
De Molenbrug hield, als toegang tot het kale Paardeveld, nog stand tot 1969
(Foto HUA)

Het Dolhuis

Op de hoek van de Lange Nieuwstraat en Agnietenstraat tot en met het Nicolaaskerkhof liggen de gebouwen van de Willem Arntsz Stichting. Een verpleeginrichting voor psychiatrische patiënten. In 1461 opgericht door Willem Arntsz

Het begon allemaal in het Willem Arntszhuis, in de volksmond ’t Dolhuis, tegenover het Fundatiehuis. Van verpleging was geen sprake. Men sloot hier ‘dulle lieden’ op om te voorkomen dat ze voor hun omgeving gevaar opleverden

Het Dolhuis was eeuwenlang een huis van jammer en ellende, waar de krankzinnigen en onnozelen voornamelijk opgesloten zaten

Zo was er de volksgewoonte om op zogenaamde derde Paasdag, ook wel Paasdrie of Paasdol genoemd, het krankzinnigenhuis voor bezoekers open te stellen.

Er was dan de kerspel-kermis van St. Nicolaas op het Nicolaaskerkhof. Er werd tot laat in de nacht gefeest en gedronken. De vaak benevelde kermisgasten bezochten dan het Dolhuis. De ongelukkigen, waarvan sommige in hokken met ketenen om ’t lichaam opgesloten waren, werden geplaagd en gesard

De regenten hebben in 1616 nog getracht om een einde aan deze mensonwaardige vertoning te maken en ‘Paaschdol’ af te schaffen. Maar het kwaad was zoo ingeworteld dat het vanzelf weer opleefde, zodat in 1621 de viering van Paasdol al weer in volle gang was, en ze bleef nog tot 1825 bestaan

Vanaf 1826 begon de hoogleraar Schroeder van der Kolk de gebreken, die aan het gesticht kleefden, te verbeteren. Met een liefderijk hart trok hij zich het lot der ongelukkigen aan en reorganiseerde de krankzinnigenverpleging drastisch. De verpleging van psychiatrische patiënten is na zijn initiatief steeds verder verbeterd

Het oorspronkelijke Willem Arntszhuis bestaat nog. Maar sindsdien zijn de gebouwen van de Willem Arntszstichting rond dit huis flink uitgebreid

De stad in 1823

In de zomer van 1823 wandelen de Leidse studenten, Dirk van Hogendorp en Jacop van Lennep, door Nederland. Ze lopen ook door de stad Utrecht en verblijven daar in een herberg

Zondag, 17 augustus 1823
We stonden al vroeg op en besteedden enige uren aan het schrijven van brieven. Na het eten vermaakten wij ons met wat rond te lopen

Toen ik om zes uur voor de deur stond zag ik de freule Henriette van Zuylen voorbijlopen met haar zus. Ik voegde mij bij hen en wandelde met beiden de Maliebaan op

Terug in de herberg trof ik mijn oom Ram, die beloofd had om zes uur bij ons te komen theedrinken, al druk in gesprek met Van Hogendorp. Om half acht stonden wij op en hij leidde ons de hele stad rond

Ziet de hele stad er al binnen de wallen somber en melancholiek uit, de ernstig vervallen buitenwallen leveren een nog droeviger gezicht op. Alleen aan de kant van de Wittevrouwenpoort zijn vier bastions aardig omgezet in tuinen en er zijn daar zelfs een lakmoesfabriek en een suikerraffinaderij

Ook is de enkele ophaalbrug die wat verder over de vaart ligt, omgebouwd tot een dubbele om de doorvaart van brede schuiten makkelijker te maken

Wat verderop zagen wij het exercitieveld en de grote en mooie Leidsevaart. Ook bekeken we nog het flinke stuk grond dat men eens bij de stad wilde trekken omdat daar een gracht omheen loopt. Dan ook nog het observatorium

Utrecht bloeit nu meer dan enige andere stad in ons vaderland. De bevolking wordt geschat op 35.000 zielen. Als voornaamste oorzaken van die welvaart beschouwt men de bloeiende academie, het grote garnizoen, het militair gerechtshof en de veeartsenijschool

We keerden terug naar huis toen het donker was, pakten onze spullen en gingen met een halve fles wijn naar onze bedsteden. Nadat wij de volgende dag een schandelijk dure rekening betaald hadden en nadat onze spullen bij de diligence bezorgd waren, voeren wij om zes uur in de schuit naar Vianen

Uit: De zomer van 1823
Lopen met van Lennep | Dagboek van zijn voetreis door Nederland. Bezorgd door Geert Mak en Marita Mathijsen | Uitgave 2000

Prent (HUA): Zicht op Oudegracht met Zandbrug en Weerdpoort in 1828 | J. H. Verheijen (1778-1846)

De Moreelsebrug

Op 16 december werd de Moreelsebrug, voor fietsers en voetgangers, officieel geopend. De nieuwe brug, 295 m lang, verbind de westelijke stad met het centrum

De brug is vernoemd naar burgemeester Moreelse. Hij ontwierp in 1664 een uitbreidingsplan evenwijdig aan de Catharijnesingel om de economie van de stad te stimuleren. Dit plan verdubbelde bijna de toenmalige stad

De vaarroute over de Oudegracht werd steeds moeilijker begaanbaar en krap. Veel schepen voeren over de Catharijnesingel. Met het plan kwam deze handelsroute centraal in de stad te liggen. De Catharijnesingel zou de centrale kade worden voor het laden en lossen

Parallel aan de Catharijnesingel werden alvast grachten gegraven, op initiatief van tuinders om hun waar naar de binnenstad te verschepen. O.m. de Bleekersgracht langs de Croeselaan. Alleen een deel van de Kruisvaart bestaat nog. De Leidse Vaart werd doorgetrokken tot het Leidseveer

Langs deze grachten moesten, naar Amsterdams voorbeeld, klassieke herenhuizen komen voor de stedelijke elite. Er was plek voor o.m. een nieuwe vismarkt, een groentemarkt en een begraafplaats

Het uiteindelijke plan is nooit gerealiseerd. De burgemeester ondervond veel tegenwerking van grondeigenaren, die waardedaling van hun huizen in het centrum vreesden

Moreelse overleed kort daarna en er brak een reeks kostbare oorlogen uit, met Engeland en later Frankrijk. Een pestepidemie en ook het rampjaar 1672 bracht veel schade

Het westen van de Catharijnesingel bleef tot ver in de 19e eeuw nog boerenland. Onder burgemeester Van Asch van Wijck kwam de stedelijke ontwikkeling in dit gebied op gang

De herinnering aan deze innovatieve burgemeester, die toonde een open oog te hebben voor de belangen van de stad, leeft voort in de Moreelselaan, Moreelsepark en nu dan ook de Moreelsebrug

Foto: Plattegrond met het plan van Moreelse uit 1663 (HUA)

Seinen vanaf de Jacobitoren

In 1798 vordert Napoleon kerktorens om een bijzonder communicatiesysteem uit te rollen waarmee berichten tussen deze torens worden overgebracht

De Fransman Claude Chappe was de uitvinder van de semafoor, ook wel telegraaf genoemd. Grote houten seinen bovenop kerktorens, die berichten van Parijs naar Lille overbrachten binnen twee uur in plaats van twee dagen. Tot dan toe kon informatie niet sneller worden verstuurd dan met een paard

In 1810 werd ons land een deel van het Franse keizerrijk. Dan wordt Parijs met Amsterdam verbonden, de residentie van Lodewijk Napoleon, dan koning van Nederland. Zo kon hij communiceren met zijn broer keizer Napoleon Bonaparte in Parijs

Deze telegraafroute liep via o.m. de kerktorens van Antwerpen, Breda, Leerdam, Houten, Utrecht en Vreeland, met een onderlinge afstand van ongeveer tien tot vijftien kilometer

Van de kerktorens werd de spits verwijderd om op een plat dak de seinpost te installeren

Voor de Jacobitoren was geen ingrijpende verbouwing nodig, want die miste sinds de storm van 1674 al de spits

Op de Jacobitoren stond een man met een verrekijker te turen naar de toren in Houten en naar de toren in Vreeland om seinen op te vangen en door te sturen. Deze telegrafisten wisten meestal niet wat de codes betekenden. Veelal berichten over de oorlog

De seinenbouwsels veroorzaakten veel ergernis bij de bevolking, vanwege de schade aan de kerkgebouwen

Als Napoleon uit ons land wordt verdreven, verdwijnen ook de seintoestellen van Chappe. Het systeem was ook niet volmaakt, want bij mist en duisternis was seinen niet mogelijk en vergde ook veel mankracht. Het systeem heeft dan ook maar twee jaar gefunctioneerd

Foto HUA | Prent Wikipedia

#utrechtcentrum #domstad #jacobikerk

 

Oranjesociëteit

18-sic-semper

Liefhebbers van de verhalen van Olivier B. Bommel kennen de Kleine Club, een Sociëteit in Rommeldam, waar de notabelen elkander in een ontspannen sfeer treffen. Heer Ollie komt daar graag, evenals Burgemeester Dickerdack, Markies de Canteclaer, Commissaris Bulle Bas en anderen

Ook in Utrecht was sinds 1775 zo’n aristocratische sociëteit. De Oranjesociëteit op de hoek van de Nieuwegracht met de Trans. De koningsgezinde leden waren heren van aanzien; zoals professoren en artsen. Vrouwen waren niet welkom (..) Tijdens de Franse bezetting werd de naam gewijzigd in ‘Sic Semper’ (Zo is het en zo zal het altijd zijn)

In 1890 werd het oude gebouw vervangen door het o.a. rijk met tegeltableaus gedecoreerde gebouw wat wij nu kennen, met op de hoek een robuuste toren, ontworpen door architect P.J. Houtzagers. Hij volgde hiermee de middeleeuwse bouwkunst

Dit nieuwe gebouw heeft echter maar kort als sociëteit bestaan. Sic Semper werd in 1913 opgeheven omdat de belangstelling voor het sociëteitsleven afnam. De notabelen trokken weg uit de stad en vestigden zich in grote huizen langs de Vecht of in villa’s op de Utrechtse Heuvelrug

Lange tijd zat hier de Centrale Raad van Beroep (het Ambtenarengerecht), maar het gebouw is nadien verbouwd tot appartementen

Toren(tjes)

10-torentjes

In één foto zomaar drie torentjes gespot. Nou ja, die in het midden is wel een grote joekel…

Het (woon)torentje links, op de hoek met Achter Sint Pieter, staat op het pand waar tot 2000 het bekende boekhandel antiquariaat van Beijers was gevestigd. Deze winkel zat hier vanaf 1965, maar bestond toen al 100 jaar.

Het torentje rechts staat op het pand uit 1910 waar tot 1975 de Openbare Bibliotheek was. Boven zijn nu appartementen en beneden bedrijven. De toren is indertijd meer als decoratie bedoeld. Ik las ergens, dat er van binnenuit halsbrekende toeren nodig zijn om in het torentje te komen…

En dan die bijzonder hoge toren in het midden… Wil je meer weten over de Domtoren bezoek dan de tentoonstelling ‘Trots van de stad’ in het Centraal Museum aan de Agnietenstraat. Je kunt er nog tot zondag 2 oktober 2016 terecht

Drs. P in Utrecht

09-drs-p-utrecht

Wist je dat Drs. P (1919 – 2015) ook een vers op Utrecht heeft geschreven?! Hij heeft hier, in zijn jonge jaren, 8 jaar gewoond tot 1933. Medio 1980, vertolkte hij het in het Werftheater. Zittend aan de piano, gedeeltelijk met de rug naar, en zonder veel contact met ’t publiek. Maar het was genieten! Hier kan je dit lied beluisteren.

Utrecht

We hoeven er geen doekjes om te winden
U wilt nu wel eens weten hoe of wat
Men moet er geen conclusies aan verbinden
Men mag het zelfs heel onbelangrijk vinden
Maar ik heb eens gewoond in deze stad

Utrecht, Utrecht
We denken dan aan singels en aan grachten
En die grachten rijmen zonder meer op nachten
En die heb je hier in Utrecht vaak

Utrecht, Utrecht
Daar staat ook een bijzonder hoge toren
En beroemde mensen zijn er zelfs geboren
Of ze zijn misschien nog in de maak

Een jaar of acht heb ik alhier versleten
En voor een kind is dat een heel bestaan
Een aantal dingen zal ik nooit vergeten
Bij voorbeeld hoe bepaalde punten heten
Janskerkhof, Biltstraat, Vreeburg, Maliebaan

Utrecht, Utrecht
Er is gelegenheid om te studeren
Te bezichtigen of zelfs te exposeren
Maar je kunt er ook weer snel vandoor

Utrecht, Utrecht
Een knooppunt van diverse spoorweglijnen
Om de haverklap vertrekken hier de treinen
Tot geluk van de familie Spoor

Ik heb er ook veel onderwijs genoten
Eerst lager, toen twee jaar gymnasiaal
Dat hoofdstuk werd vervolgens afgesloten
Al heeft Latijn me nooit zo erg verdroten
Amo, amas, amat; een mooie taal

Utrecht, Utrecht
De stadsgezichten zijn er niet exotisch
Ja, ze hebben nog wel een leuk restantje Gotisch
Maar bijzonder weinig rococo

Utrecht, Utrecht
Ook Jugendstil saneren wij wel even
Met beton valt zelfs in Utrecht te leven
’t Kan verkeren’, zei reeds Bredero

In ’33 heb ik het verlaten
Het beeld vervaagt, en toch; het doet je wat
Je weet de weg nog in de oude straten
We zullen er niet verder over praten
Maar eens heb ik gewoond in deze stad

Brandbel

08-brandbel huis

Deze brandbel is in 1998 herplaatst op de hoek Nieuwegracht – Eligenstraat. De eerste stond bij de Zakkendragerssteeg. In 1880 werden, tegelijk met de oprichting van een vrijwillige brandweer, op meerdere punten alarmbellen geplaatst.

Vroeger hadden de zakkendragers, die hielpen bij het laden en lossen van de schepen aan de grachten, ook de plicht om te helpen bij het blussen van een brand. De brandtrappen liepen tot aan het water. Brand werd toen gemeld door een hoornblazer vanaf de toren van de Buurkerk.

In de nabijgelegen Schalkwijksteeg was al eerder een brandspuithuisje gebouwd. Hier stond één van de twee eerste stoomspuiten. Die in de Schalkwijkstraat en Burgemeester Reigerstraat zijn bewaard gebleven.

Blusmiddelen waren over de stad verspreid. De andere stoomspuit stond op het Jacobikerkhof. Verder waren er handbrandspuiten gestald op o.m. het Geertekerkhof, Buurkerkhof en Vreeburg. Na het luiden van deze bel spoedden de vrijwilligers zich naar het brandspuithuisje in de Schalkwijksteeg, vanwaar zij spuit en ladders met de hand uitreden naar de brand.

In 1935 verdween de laatste brandbel uit het stadsbeeld, want men gebruikte sinds 1921 een telefonisch alarmsysteem.

Servaasklooster

02-servaasklooster

Het stuk Nieuwegracht, voorbij de Eligenstraat, staat bekend als ‘Onder de Linden’. Aan de overzijde ligt het Servaasbolwerk. Wat opvalt is, dat de werf hier ophoudt. Het plantsoen loopt hier van een talud af naar het water. De gelegenheid om een werf met kelders onder de straat te bouwen is hier niet benut.

Even verderop ligt het bolwerk Sonnenborgh. Het Servaasbolwerk heeft echter niets met een bolwerk te maken. De naam is ontleend aan het St. Servaasklooster, wat hier vanaf 1232 stond. In de St. Servaasabdij, een vrouwenklooster, leefden de nonnen in devotie, soberheid, armoede en zonder contact met de buitenwereld. Het terrein was geheel ommuurd.

De nonnen hadden weinig nodig. Toen rond 1390 de Nieuwegracht werd gegraven, werd de abdij vermoedelijk al bevoorraad vanaf de Stadsbuitengracht en was er geen behoefte tot opslag van goederen aan de grachtzijde. Op een oude kaart is te zien, dat aan de zijde van de Nieuwegracht, achter de kloostermuur gedeeltelijk een tuin grensde.

In 1687 werd de abdij gedeeltelijk opgeheven. De kerk bleef nog tot begin 19e eeuw bestaan. De ruïnes zijn in 1832 afgebroken, waarna Zocher hier het eerste deel van zijn Singelplantsoen voltooide.

Pagina 1 of 5

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén